Aktuelles

Terugvorderbaarheid advocatenkosten

Terugvorderbaarheid advocatenkosten

Het Hof van Cassatie heeft in een arrest van 2 september 2004 geoordeeld dat kosten van een technische en juridische raadsman een element kunnen uitmaken van de schade geleden door het slachtoffer van een contractuele fout voorzover ze een noodzakelijk karakter vertonen. De rechtspraak heeft echter zeer verdeeld gereageerd op dit arrest en stelt sindsdien grote chaos tentoon. Sommige rechters zijn bereid de kosten en erelonen van de advocaat van de winnende partij ten laste te leggen van de verliezende partij, andere rechters wijzen de vordering af, nog anderen doen voorlopig geen uitspraak, kennen een provisionele vergoeding van € 1,- toe of een forfaitair bedrag dat ex aequo et bono begroot wordt.

Gelet op de zeer uiteenlopende rechtspraak is een wetgevend ingrijpen tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek dan ook vereist.

Als we naar onze buurlanden kijken, zien we dat ook daar de verhaalbaarheid van de kosten van juridische bijstand voor het voeren van een geding geregeld wordt door regels van procesrecht. In Duitsland is de advocatenrekening als deel van de proceskosten integraal verhaalbaar krachtens § 91 van de Zivilprozessordnung. In Nederland maakt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een onderscheid tussen zaken waarin de partijen al dan niet in persoon kunnen procederen. De rechter bepaalt in beide gevallen zelf het bedrag van de vergoeding die hij toekent. Doorgaans volgt hij daarbij een niet bindend forfaitair tarief, het liquidatietarief genoemd. In Frankrijk veroordeelt de rechter de in het ongelijk gestelde partij krachtens artikel 700 Nouveau Code de procédure civile tot de zogenaamde "frais irrépétibles" tenzij billijkheidsoverwegingen zich hiertegen verzetten en aldus eveneens rekening houdend met de economische toestand van de veroordeelde partij.

Drie wetswijzigingen met betrekking tot de terugvorderbaarheid van advocatenkosten op grond van het Gerechtelijk Wetboek zijn intussen ingediend en worden momenteel in de Senaat besproken (nrs 3-51/3-204/3-1342).

In afwachting van de goedkeuring van de wetswijziging mag dit probleem zeker niet uit de weg gegaan worden en dient minstens een forfaitaire of provisionele vergoeding gevorderd te worden (zoals ook aanbevolen door de Orde van Franstalige advocaten). Advocaten dienen wel vóór het proces hun cliënt te wijzen op de mogelijkheid van het recupereren van de kosten, maar ook op de mogelijke extra kost bij verlies.

Ga terug